Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X BV geen recht heeft op de bunkervrijstelling omdat het COA aan verhuurde schip kennelijk niet vaart.

X BV drijft een onderneming die zich richt op verhuur en lease van schepen voor tijdelijke grootschalige hotelaccommodatie. Voor opvang van asielzoekers huurt X BV een cruiseschip van een derde en stelt het dit schip ter beschikking aan het COA tegen betaling. Het schip ligt afgemeerd op een steeds voor zes maanden aangewezen ligplaats en fungeert in januari 2024 als opvanglocatie. Voorwaarden van de ligplaats verplichten volledige certificering, permanente bemanning en vaargereedheid. In januari 2024 levert een bunkerschip ruim 100.000 liter rode gasolie aan het schip. De inspecteur legt een naheffingsaanslag accijns van € 241.453 op.

In geschil is of X BV de bunkervrijstelling (art. 66 lid 1 WA) kan toepassen voor gasolie die wordt gebruikt aan boord van een schip dat asielzoekers huisvest.

Conclusie: Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X BV geen recht heeft op de bunkervrijstelling omdat het aan het COA verhuurde schip kennelijk niet vaart. Het beoogde en feitelijke gebruik bestaat uit huisvesting van asielzoekers waardoor commerciële scheepvaartactiviteiten ontbreken. De vaargereedheid, certificering en bemanning vloeien uitsluitend voort uit voorwaarden voor de aangewezen ligplaats en tonen geen gebruik voor de vaart. Omdat het schip gedurende de contractperiode een vaste ligplaats heeft en niet dient voor vervoer van personen of goederen, bestaat geen recht op vrijstelling. Het beroep van X BV is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de accijns artikel 1

Wet op de accijns artikel 25

Wet op de accijns artikel 66

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen

Editie: 28 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen