X is houder van een auto waarvan het kenteken gedurende meerdere perioden is geschorst. Op 13 maart 2024 constateert de inspecteur dat de auto geparkeerd staat op een parkeervak dat grenst aan de openbare weg. X stelt dat de auto op het terrein van zijn werkgever stond en overlegt een werkgeversverklaring. De inspecteur legt een naheffingsaanslag MRB op over de periode 26 maart 2023 tot en met 25 maart 2024 van € 347 en een boete van € 173. X komt uiteindelijk in beroep.
In geschil is of X tijdens de schorsing gebruik heeft gemaakt van de openbare weg en of de naheffingsaanslag en boete terecht zijn opgelegd.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat het parkeervak waarin de auto stond feitelijk openstaat voor openbaar rijverkeer en daarmee deel uitmaakt van de weg als bedoeld in de Wet MRB. De rechtbank stelt vast dat de inspecteur terecht MRB heeft nageheven over vier tijdvakken en dat geen omstandigheden bestaan die tot een ander oordeel leiden. De rechtbank bevestigt dat de opgelegde boete van 50% van de nageheven belasting passend en geboden is.
Wetingang:
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 5
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 6
Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 artikel 19
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen
Editie: 28 mei
Informatiesoort: VN Vandaag