X verkrijgt in 2014 een appartement en voldoet overdrachtsbelasting over die verkrijging. In 2018 draagt zij een 49%-aandeel in het appartement over aan haar partner waardoor een gemeenschap ontstaat. In 2024 verdelen X en haar ex-partner deze gemeenschap en wordt het appartement volledig aan X toegedeeld. In beroep is in geschil of X overdrachtsbelasting verschuldigd is over de toedeling van het appartement en of de wettelijke voorwaarden strijd opleveren met algemene rechtsbeginselen en het eigendomsrecht.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X geen recht heeft op de samenwonersvrijstelling, omdat de gemeenschap niet door gezamenlijke verkrijging is ontstaan (het gezamenlijkheidsvereiste). Jojo-toedelingen worden onder de Wet op belastingen van rechtsverkeer 1970 geraakt door de heffing van overdrachtsbelasting. De wetgever heeft hiervan kennisgenomen, daarmee uitdrukkelijk ingestemd en de uitkomst als een verbetering bestempeld. Wel leidt de toepassing van het gezamenlijkheidsvereiste bij een jojo-toedeling tot schending van het eigendomsrecht, omdat sprake is van overkill die van redelijke grond is ontbloot. De rechtbank is niet bevoegd om X rechtsherstel te bieden. Er zijn namelijk meerdere manieren om de schending van het eigendomsrecht ongedaan te maken. Dit betreft politieke afwegingen en een keuze van de wetgever. X’ beroep is, ondanks de constatering van schending van het eigendomsrecht, ongegrond.
Wetingang:
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 3
Wet op belastingen van rechtsverkeer artikel 15
Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 14
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Europees belastingrecht, Belastingen van rechtsverkeer
Editie: 28 mei
Informatiesoort: VN Vandaag