Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X het woonhuis ten onrechte tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend.

X drijft een adviespraktijk in de vorm van een eenmanszaak. X woont tot 7 juli 2014 op de a-straat 16 te B. Van 7 juli 2014 tot 31 december 2014 woont X op de b-straat 2a te C. De onroerende zaak aan de b-straat 2a te C is eigendom van X en zijn ex-partner. De ex-partner heeft de onroerende zaak aan de b-straat 2a te C ook gebruikt voor haar werkzaamheden. Op 30 september 2014 verkrijgt X het appartement aan de c-straat 44-7 te D. Vanaf 31 december 2014 woont X aan de c-straat 44-7 te D. Volgens "company.info" is de adviespraktijk van X met ingang van 6 januari 2015 gevestigd op de d-straat 44-7 te D. X rekent de onroerende zaak aan de b-straat 2a te C tot zijn ondernemingsvermogen. In geschil is of X de onroerende zaak terecht tot zijn ondernemingsvermogen heeft gerekend.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de onroerende zaak aan de b-straat 2a te C niet als ondernemingsvermogen kan worden geëtiketteerd. Hierbij neemt het hof in aanmerking dat X onvoldoende heeft onderbouwd in welke mate de onroerende zaak werd gebruikt voor de adviespraktijk, dat de ex-partner van X de onroerende zaak ook heeft gebruikt voor haar werkzaamheden, dat X op 7 juli 2014 naar de onroerende zaak is verhuisd en X op 31 december 2014 is verhuisd naar het appartement aan de c-straat 44-7 te D. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 3.8

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Inkomstenbelasting

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 9 april

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen