X is beherend vennoot van een CV. In augustus 2015 gaan X en de CV failliet. Eind 2015 heeft de CV een pand op de balans met een boekwaarde van € 29.220. In september 2016 is het pand verkocht voor € 175.000. Ook staat er een herinvesteringsreserve op de balans van € 42.340. De inspecteur legt een ambtshalve aanslag op met verzuimboete omdat X geen aangifte doet. Het belastbaar inkomen uit werk en woning schat hij op € 40.988. Volgens X is er vanwege het faillissement in 2015 een verlies geleden dat moet worden verrekend met de aanslag IB/PVV 2016. X gaat in hoger beroep.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat X geen aangifte IB over 2015 heeft gedaan, zodat de bewijslast ten nadele van hem wordt omgekeerd en verzwaard. X toont niet overtuigend aan dat de uitspraken op bezwaar onjuist zijn. X houdt geen rekening met de in 2016 gerealiseerde meerwaarde van het pand, de vrijval van de HIR en de gecorrigeerde kosten van de curator. De inspecteur gaat uit van een redelijke schatting op basis van de BTW-aangiften die X heeft ingediend. De verzuimboete wegens het niet doen van de aangifte is ook passend en geboden. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.25
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67A
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 4 mei
Informatiesoort: VN Vandaag