De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een e-mailnotificatie bij een in de berichtenbox van MijnOverheid geplaatste naheffingsaanslag parkeerbelasting niet verhindert dat aanmaningskosten in rekening worden gebracht, aangezien dergelijke notificaties tot 1 januari 2026 niet verplicht waren en X niet heeft gesteld dat hij deze functie had ingeschakeld.

Aan belanghebbende, X, is een bedrag van € 8 aan aanmaningskosten in rekening gebracht wegens het niet tijdig betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De aanslag is geplaatst in de berichtenbox van MijnOverheid. X stelt dat hij geen e-mailnotificatie van die plaatsing heeft ontvangen en dat de naheffingsaanslag daarom niet op de juiste wijze is bekendgemaakt, zodat ook geen aanmaningskosten verschuldigd zijn. Hof Den Haag verwerpt dit betoog.

De Hoge Raad oordeelt dat het ontbreken van een e-mailnotificatie bij een in de berichtenbox van MijnOverheid geplaatste naheffingsaanslag parkeerbelasting niet verhindert dat aanmaningskosten in rekening worden gebracht, aangezien dergelijke notificaties tot 1 januari 2026 niet verplicht waren en X niet heeft gesteld dat hij deze functie had ingeschakeld. De invorderingsambtenaar kon de naheffingsaanslag elektronisch verzenden doordat X kenbaar had gemaakt dat hij langs deze weg bereikbaar is. De aanslag is dus juist bekendgemaakt. De Hoge Raad verwerpt verder het betoog van X dat het hof de bewijslast voor de notificaties onjuist heeft verdeeld. E-mailnotificaties waren destijds niet verplicht en werden alleen verzonden als de gebruiker dit zelf had ingesteld. Nu X niet heeft gesteld dat hij deze functie had ingeschakeld, wordt ervan uitgegaan dat de invorderingsambtenaar hem om die reden geen notificatie heeft gestuurd over de naheffingsaanslag. Bij gebreke van een feitelijke stelling hierover van X bestond hierover geen geschil en was verdeling van de bewijslast niet aan de orde. De Hoge Raad ziet geen ruimte om te oordelen dat een belastingschuldige ingeval een aanslag in zijn berichtenbox is geplaatst en daardoor voor hem toegankelijk is, desondanks niet in de gelegenheid is daarvan kennis te nemen zolang hij daarover geen e-mailnotificatie heeft ontvangen. Onder omstandigheden kunnen algemene beginselen van behoorlijk bestuur in een dergelijk geval aan de berekening van invorderingskosten in de weg staan, maar die zijn hier niet gesteld. Het cassatieberoep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 3.41

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11

Algemene wet bestuursrecht artikel 2.17

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Invordering, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 4 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

17

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen