Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de vrijstaande woning te hoog vaststelt omdat hij uitgaat van een lineaire waardeontwikkeling van referentiewoningen.

X is eigenaar van een vrijstaande woning uit 1890 van 108 m² op een perceel van 615 m², met een vrijstaande garage, een tuinhuis, een dakkapel en twee overkappingen. De heffingsambtenaar stelt de WOZ-waarde 2022 aanvankelijk op € 365.000. De rechtbank verlaagt de waarde naar € 350.000. Volgens X is de WOZ-waarde € 329.000. In geschil is de wijze van indexering van de referentiewoningen.

Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar de WOZ-waarde van de vrijstaande woning te hoog vaststelt omdat hij uitgaat van een lineaire waardeontwikkeling van referentiewoningen in 2020 en 2021. X betoogt geloofwaardig dat in 2020 sprake was van een veel beperktere waardestijging dan in 2021. Het hof acht de door X voorgestane waarde van € 329.000 aannemelijk. Het hoger beroep is gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet waardering onroerende zaken artikel 17

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Waardering onroerende zaken

Editie: 4 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen