Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is. X maakt namelijk niet aannemelijk dat: i) haar deelnemers in de pensioenregeling een beleggingsrisico lopen dat vergelijkbaar is met dat van de deelnemers in een beleggingsfonds- of instelling en ii) zij gelijkgesteld moet worden met pensioenfondsen die een IDC-regeling uitvoeren.

X is een bedrijfstakpensioenfonds dat het beheer van haar vermogen onder meer onderbrengt bij buitenlandse vermogensbeheerders. De beoogde pensioenuitkering aan haar deelnemers is gebaseerd op het jaarsalaris plus eventuele toeslagen en het aantal dienstjaren, waarbij de eventuele beleggingsresultaten van X geen rol spelen. De pensioenaanspraken en -rechten kunnen in geval van onderdekking naar evenredigheid worden verminderd en kunnen bij voldoende middelen worden geïndexeerd. De eventuele toeslagen worden uitsluitend gefinancierd uit de beleggingsresultaten. De in het buitenland gevestigde vermogensbeheerders passen de verleggingsregeling toe op de door hen aan X in rekening gebrachte vergoedingen. In geschil is onder meer of X kwalificeert als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, waardoor de aan X verrichte beheersdiensten zijn vrijgesteld van BTW.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is. X maakt namelijk niet aannemelijk dat: i) haar deelnemers in de pensioenregeling een beleggingsrisico lopen dat vergelijkbaar is met dat van de deelnemers in een beleggingsfonds- of instelling en ii) zij gelijkgesteld moet worden met pensioenfondsen die een IDC-regeling uitvoeren. X' beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 135

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Belastingrecht algemeen

Editie: 17 april

Informatiesoort: VN Vandaag

182

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen