X is een bedrijfstakpensioenfonds dat het beheer van haar vermogen onder meer onderbrengt bij buitenlandse vermogensbeheerders. De beoogde pensioenuitkering aan haar deelnemers is gebaseerd op het jaarsalaris plus eventuele toeslagen en het aantal dienstjaren, waarbij de eventuele beleggingsresultaten van X geen rol spelen. De pensioenaanspraken en -rechten kunnen in geval van onderdekking naar evenredigheid worden verminderd en kunnen bij voldoende middelen worden geïndexeerd. De eventuele toeslagen worden uitsluitend gefinancierd uit de beleggingsresultaten. De in het buitenland gevestigde vermogensbeheerders passen de verleggingsregeling toe op de door hen aan X in rekening gebrachte vergoedingen. In geschil is onder meer of X kwalificeert als een gemeenschappelijk beleggingsfonds, waardoor de aan X verrichte beheersdiensten zijn vrijgesteld van BTW.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X geen gemeenschappelijk beleggingsfonds is. X maakt namelijk niet aannemelijk dat: i) haar deelnemers in de pensioenregeling een beleggingsrisico lopen dat vergelijkbaar is met dat van de deelnemers in een beleggingsfonds- of instelling en ii) zij gelijkgesteld moet worden met pensioenfondsen die een IDC-regeling uitvoeren. X' beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Belastingrecht algemeen
Editie: 17 april
Informatiesoort: VN Vandaag