Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur ten onrechte het eigen risicodragerschap van X bv per 1 januari 2017 heeft beëindigd. X bv is per 1 januari 2017 eigenrisicodrager voor WGA vast en WGA flex.

Belanghebbende, X bv, behoort tot de G-groep. Sinds 2013 is X bv eigenrisicodrager voor de WGA. In verband met de wetswijziging per 1 januari 2017, wijst de inspecteur er op dat X bv tijdig een nieuwe garantieverklaring moet verstrekken. F, de verzekeringsmaatschappij van de G-groep, verstrekt tijdig de garantieverklaring voor elf entiteiten van de G-groep, alleen voor de twaalfde entiteit, X bv, wordt abusievelijk niet tijdig een garantieverklaring verstrekt. De inspecteur ontvangt vervolgens op 17 februari 2017 een nieuwe garantieverklaring. Omdat dit te laat is, beëindigt de inspecteur het eigen risicodragerschap voor de WGA van X bv.

Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur ten onrechte het eigen risicodragerschap van X bv per 1 januari 2017 heeft beëindigd. Het hof stelt vast dat X bv per 1 januari 2017 eigenrisicodrager is voor WGA vast en WGA flex. Het hof overweegt daarbij dat niet X bv, maar F, de vergissing heeft gemaakt waardoor de inspecteur niet tijdig over de nieuwe garantieverklaring beschikte. Verder acht het hof nog van belang dat er sprake is van voortzetting van het bestaande eigen risicodragerschap, met de uitbreiding naar de WGA flex, en niet van een overgang van een niet-eigenrisicodragersituatie naar een eigenrisicodragersituatie of omgekeerd. Ook wijst het hof er op dat X bv, die in feite eigenrisicodrager blijft, wordt verplicht over te gaan op een publieke verzekering, terwijl zij zich reeds heeft verzekerd bij een private verzekeraar en aan deze premies verschuldigd is. Het gelijk is aan X bv.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet financiering sociale verzekeringen 122e

Wet financiering sociale verzekeringen 40

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Premieheffing

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 6 september

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen