De Hoge Raad oordeelt dat de Centrale Raad van Beroep zijn beslissing op het niet-weerlegde bewijsvermoeden heeft gebaseerd dat X ten minste 25% van zijn arbeidstijd in Nederland werkzaam was. Dit is een feitelijk oordeel waartegen geen cassatie openstaat.

X werkt als Rijnvarende in de periode 12 augustus 2015 - 30 juni 2016 voor een Liechtensteinse werkgever. Na een korte onderbreking werkt X ook vanaf 1 oktober 2016 voor deze werkgever. De Svb is van mening dat de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing is op X. Met betrekking tot de tweede periode stelt Rechtbank Noord-Nederland vast dat de Svb de op X toepasselijke wetgeving ten onrechte niet ‘onverwijld’ voorlopig heeft vastgesteld en dat de Svb dan ook niet van het beredeneerde vermoeden mocht uitgaan dat X in die periode een substantieel gedeelte van zijn werkzaamheden in Nederland heeft verricht. Op X rust een lichtere bewijslast. De CRvB oordeelt dat X en zijn werkgever niet met vaartijdenboeken of anderszins genoegzaam aannemelijk hebben gemaakt in welke verhouding de werkzaamheden van X in de tweede periode waren verdeeld tussen zijn woonland Nederland en de andere lidstaten. De Svb mag ook in deze tweede procedure uitgaan van het beredeneerde vermoeden. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat de Centrale Raad van Beroep zijn beslissing op het niet-weerlegde bewijsvermoeden heeft gebaseerd dat X ten minste 25% van zijn arbeidstijd in Nederland werkzaam was. Dit is een feitelijk oordeel waartegen geen cassatie openstaat. Ook de klacht van X dat de CRvB het hogerberoepschrift van de Svb ten onrechte niet heeft gezonden aan het door X gekozen domicilieadres, en ook niet naar zijn gemachtigde, leidt niet tot cassatie. Onder verwijzing naar de conclusie van A-G Pauwels merkt de Hoge Raad op dat daartegen ook geen cassatie open staat. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.17

Algemene Ouderdomswet artikel 53

Verordening (EG) Nr. 883/2004 betreffende de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels artikel 13

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Internationale sociale zekerheid, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Sociale zekerheid werkloosheid, Premieheffing

Editie: 29 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen