X BV verzoekt op 3 oktober 2022 om een herbeoordeling van de sectorindeling vanwege gewijzigde activiteiten die bestaan uit het ter beschikking stellen van verkeersregelaars onder leiding en toezicht van X BV. De inspecteur wijzigt na onderzoek de sectorindeling per 10 oktober 2022. De ingangsdatum van de herziening is vastgesteld op 10 oktober 2022. De inspecteur past de uitzonderingsbepaling van art. 97 lid 4 Wfsv niet toe, omdat X BV van de onjuiste indeling geen premievoordeel heeft genoten. In geschil is of de herziening van de sectorindeling terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 moet krijgen.
Hof Den Haag oordeelt dat art. 97 lid 2 Wfsv verhindert dat een gewijzigde sectorindeling met terugwerkende kracht tot 1 januari 2022 kan plaatsvinden. De uitzonderingsregel van lid 4 is niet van toepassing. Art. 1 EP EVRM wordt niet geschonden omdat de regeling voldoende voorzienbaar is en een legitiem doel dient. Met de door de wetgever gemaakte keuzes heeft hij de grenzen van zijn ruime beoordelingsvrijheid ten aanzien van de geschiktheid van het gehanteerde middel voor het beoogde doel niet overschreden. X BV voert geen vergelijkbare gevallen aan, zodat het gelijkheidsbeginsel niet wordt geschonden. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet financiering sociale verzekeringen artikel 97
Wet financiering sociale verzekeringen artikel 97
Wet financiering sociale verzekeringen artikel 97
Wet financiering sociale verzekeringen artikel 96
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Premieheffing
Editie: 22 juni
Informatiesoort: VN Vandaag