De Hoge Raad oordeelt dat stichting X, gelet op de specifieke juridische regelgeving, niet zodanig is verweven met de tuchtcolleges dat zij niet zelfstandig handelt in de uitoefening van haar economische activiteit.

Stichting X is belast met de organisatie en coördinatie van de tuchtrechtspraak voor advocaten en ondersteunt de betreffende tuchtcolleges. Zij stelt onder meer personeel en werkplekken aan hen ter beschikking. X wordt gefinancierd door een jaarlijkse kostendekkende subsidie van de Nederlandse Orde van Advocaten (NOvA). Volgens Hof Den Haag verricht X diensten die belast zijn met omzetbelasting en vormt de van de NOvA ontvangen bijdrage de vergoeding voor deze diensten. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad oordeelt dat X, gelet op de specifieke juridische regelgeving, niet zodanig is verweven met de tuchtcolleges dat zij niet zelfstandig handelt in de uitoefening van haar economische activiteit. Het feit dat X slechts één afnemer heeft, sluit optreden in het economische verkeer op een algemene markt niet uit. Haar handelingen leveren voor de (leden van de) tuchtcolleges identificeerbare en concrete voordelen op, zodat sprake is van verbruik en de diensten belast zijn. Het cassatieberoep van X is ongegrond. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X nog wel een immateriële schadevergoeding van € 1500.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 1

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 2

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 4

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 7

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting, Juridische beroepen

Editie: 22 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

56

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen