X BV geniet in 2020 opbrengsten van € 227.300 uit Belgische optredens waarop € 40.914 Belgische bronbelasting is ingehouden. De aanslag vennootschapsbelasting 2020 wordt vastgesteld op € 0 met een aftrek elders belast van € 3978. De inspecteur stelt het voortwentelingsbedrag in 2024 vast op € 36.936. X BV realiseert in 2021 geen buitenlandse opbrengsten maar geeft in de aangifte een bedrag van € 105.422 op als overige bruto bedragen met landcode België. De inspecteur volgt de aangifte voor de winst maar weigert verrekening van € 18.975 buitenlandse bronbelasting. X BV maakt bezwaar en stelt beroep in. In geschil is of X BV het voortwentelingsbedrag kan verrekenen met de vennootschapsbelasting over 2021 zonder dat in 2021 buitenlands inkomen is genoten.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat art. 36 Bvdb 2001 vereist dat in 2021 buitenlands inkomen in de Nederlandse winst is begrepen om verrekening van het voortwentelingsbedrag mogelijk te maken. Omdat X BV in 2021 geen buitenlandse opbrengsten realiseert en geen inkomensbestanddelen uit 2020 doorschuiven, bedraagt de tweede limiet € 0. De rechtbank oordeelt dat de inspecteur terecht geen verrekening toestaat. De beroepen op het gelijkheidsbeginsel, het verbod van willekeur en het evenredigheidsbeginsel slagen niet. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 artikel 36
Besluit voorkoming dubbele belasting 2001 artikel 37
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Internationaal belastingrecht
Editie: 17 juni
Informatiesoort: VN Vandaag