X is zoon van een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Dienst Toeslagen kent X in een beschikking een tegemoetkoming van € 10.000 toe op basis van afdeling 2.2 van de Wht. X maakt bezwaar en stelt beroep in, maar de rechtbank verklaart het beroep niet ontvankelijk omdat het te laat is ingediend. X dient vervolgens een herzieningsverzoek in. Dienst Toeslagen vraagt om nova. X stelt dat art. 4:6 Awb niet geldt en dat de Wht en art. 21a Awir zelfstandig een herzieningsmogelijkheid bieden. Dienst Toeslagen wijst het verzoek af en verklaart het bezwaar ongegrond. In geschil is of Dienst Toeslagen het herzieningsverzoek van X tegen de toegekende tegemoetkoming op grond van de kindregeling terecht afwijst.
Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden zoals bedoeld in art. 4:6 Awb. De door X aangevoerde inhoudelijke bezwaren tegen de hoogte van de tegemoetkoming en het beroep op de hardheidsregeling kwalificeren niet als nova. De rechtbank oordeelt verder dat de Wht geen zelfstandige herzieningsmogelijkheid biedt en dat art. 21a Awir alleen toepassing vindt indien een ministeriële regeling dat bepaalt, wat bij de kindregeling niet het geval is. Dienst Toeslagen heeft het verzoek daarom terecht afgewezen en de rechtbank komt niet toe aan een inhoudelijke beoordeling.
Wetingang:
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 21A
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.6
Instantie: Rechtbank Noord-Holland
Rubriek: Toeslagen en zorgverzekeringswet
Editie: 17 juni
Informatiesoort: VN Vandaag