Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur terecht de waarde van de levensloopaanspraak per 1 november 2021 in 2021 in aanmerking heeft genomen.

X neemt deel aan een levensloopregeling in de zin van art. 19g Wet LB 1964. In november 2021 keert de verzekeraar een bedrag uit van bruto € 8631,62. De verzekeraar houdt hierop € 3202,33 loonheffing in. X geeft deze uitkering niet aan in zijn aangifte IB/PVV 2021. De inspecteur neemt de uitkering alsnog in aanmerking bij het opleggen van de aanslag. In geschil is de aanslag IB/PVV 2021.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur terecht de waarde van de levensloopaanspraak per 1 november 2021 in aanmerking heeft genomen. Op grond van art. 39d lid 4 Wet LB 1964 is de waarde van de levensloopaanspraak op 1 november 2021 belast als deze aanspraak niet vóór 1 november 2021 als loon in aanmerking is genomen. X maakt niet duidelijk waarom zij het niet eens is met de aanslag. X heeft verder geen feiten en omstandigheden gesteld die tot de conclusie leiden dat de inspecteur enig algemeen beginsel van behoorlijk bestuur heeft geschonden. X’ hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de loonbelasting 1964 artikel 39D

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Loonbelasting

Editie: 6 oktober

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen