Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat advocaat X niet aannemelijk maakt dat niet X BV maar hijzelf de inhoudingsplichtige was, onder meer omdat hij geen arbeidsovereenkomsten overlegt.

X is advocaat. De onderneming werd gedreven in de vorm van een eenmanszaak. X is van maart 2016 t/m februari 2017 enig aandeelhouder van X BV. X trekt volgens de inspecteur in 2016 ten onrechte € 66.136 aan loonkosten af van zijn winst uit onderneming. X stelt dat door de liquidatie van X BV een verlies van circa € 50.000 - € 60.000 verloren is gegaan en hij wil dit verlies alsnog in de IB-sfeer benutten. In geschil zijn de (navorderings)aanslagen IB/ PVV en Zvw over 2016 en 2017.

Rechtbank Noord-Holland oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat niet X BV maar hijzelf de inhoudingsplichtige is, onder meer omdat hij geen arbeidsovereenkomsten overlegt. X BV heeft de loonkosten bovendien in de VPB-sfeer in aanmerking genomen en dit is bij de aanslagregeling gevolgd. X maakt niet aannemelijk dat de inspecteur heeft toegezegd dat X de loonkosten zelf mag aftrekken. Voor 2017 is geen aangifte gedaan, zodat voor dat jaar omkering en verzwaring van de bewijslast van toepassing is en de schattingen van de inspecteur redelijk zijn. De verzuimboete van € 369 is passend en geboden, ondanks dat X destijds tijdelijk arbeidsongeschikt was. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Instantie: Rechtbank Noord-Holland

Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 18 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen