Rechtbank Amsterdam oordeelt dat het OM zich bij zijn beslissing tot dagvaarding met name heeft laten leiden door de wens om de zaak vanwege publicitaire belangen zo snel mogelijk op een openbare zitting te presenteren en de regiefase achter gesloten deuren over te slaan.

X is verdachte inzake dividendstripping. De dagvaarding is op 22 april 2026 aan X betekend. Binnen acht dagen na de betekening is het bezwaar bij de rechtbank ingediend. Primair stelt de verdediging dat X buiten vervolging moet worden gesteld en subsidiair dat door haar onderzoekswensen bij de rechter-commissaris zijn ingediend waarop het OM nog niet heeft gereageerd. Verder dienen ook de fiscale cassatieprocedures en de cassatieprocedure met betrekking tot de verschoningsgerechtigde stukken te worden afgerond, zodat deze stukken aan het dossier kunnen worden toegevoegd.

Rechtbank Amsterdam oordeelt dat het OM zich bij zijn beslissing tot dagvaarding met name heeft laten leiden door de wens om de zaak vanwege publicitaire belangen zo snel mogelijk op een openbare zitting te presenteren en de regiefase achter gesloten deuren over te slaan. Dit blijkt uit een e-mail van de Officier van Justitie aan de “Verkeerstoren” (het samenwerkingsverband van de rechtspraak en het OM dat de planning van strafzaken regelt). Hierdoor zijn de beginselen van equality of arms en een zorgvuldige belangenafweging geschonden. Het bezwaar is gegrond. X wordt niet definitief buiten vervolging gesteld. Het OM kan dus later opnieuw een dagvaarding uitbrengen, mits rekening wordt gehouden met de lopende procedure ten aanzien van het verschoningsrecht en met de door de verdediging bij de rechter-commissaris geuite en nog te uiten onderzoekswensen.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wetboek van Strafvordering artikel 262

Wetboek van Strafvordering artikel 181

Wet financiering sociale verzekeringen

Instantie: Rechtbank Amsterdam

Rubriek: Strafrecht

Editie: 18 augustus

Informatiesoort: VN Vandaag

25

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen