Het Gerecht oordeelt dat Fiscale Eenheid Stichting X c.s. zich alleen op de vrijstellingen van art. 132 lid 1 onderdeel b of onderdeel g BTW-richtlijn kan beroepen wanneer de betrokken diensten jegens derden worden verricht door een lid van die groep dat zelf voldoet aan alle toepassingsvoorwaarden voor deze vrijstellingen.

Stichting A en B BV maken onderdeel uit van belanghebbende, Fiscale Eenheid Stichting X c.s. (Cavert). Zij verrichten prestaties op het gebied van de zorg. A houdt zich bezig met het verzorgen en verplegen van personen met een verstandelijke beperking, waarvoor zij is erkend als ‘medische inrichting’ en als ‘instelling van sociale aard’. B BV verricht 24-uursdiensten die door zorginstellingen worden afgenomen met het oog op het verlenen van zorg aan personen die in de instelling verblijven (intramurale zorg) en aan personen die niet in de instelling verblijven (extramurale zorg). B BV is niet erkend als medische inrichting of sociale instelling. In geschil is de toepassing van de medische BTW-vrijstelling (art. 11 lid 1 onderdeel c Wet OB 1968). Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel c of onderdeel f Wet OB 1968 van toepassing is voor zover de 24-uursdiensten worden verricht aan externe zorginstellingen die intramurale zorg verlenen. De vrijstelling van art. 11 lid 1 onderdeel f Wet OB 1968 is van toepassing voor zover de 24-uurdiensten worden verricht aan externe zorginstellingen die extramurale zorg verlenen. Daarbij gaat het hof er vanuit dat de beoordeling van de vraag of de vrijstellingen van toepassing zijn, moet plaatsvinden op het niveau van de fe en niet op het niveau van het lid van de fe dat de diensten verricht. De staatssecretaris gaat in cassatie. De Hoge Raad twijfelt over de toepasbaarheid van subjectgebonden voorwaarden van een BTW-vrijstellingsbepaling bij een BTW-groep. De Hoge Raad besluit dan ook tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie. Het Hof van Justitie EU heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.

Het Gerecht oordeelt dat Fiscale Eenheid Stichting X c.s. zich alleen op de vrijstellingen van art. 132 lid 1 onderdeel b of onderdeel g BTW-richtlijn kan beroepen wanneer de betrokken diensten jegens derden worden verricht door een lid van die groep dat zelf voldoet aan alle toepassingsvoorwaarden voor deze vrijstellingen. Hieronder vallen ook de voorwaarden dat de dienstverlener, wanneer deze geen publiekrechtelijk lichaam is, de hoedanigheid heeft van een door Nederland naar behoren erkende inrichting voor medische verzorging en van een door Nederland erkende instelling van sociale aard.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 11

Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968 artikel 7

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 12 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

18

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen