X BV voert een administratiekantoor. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur BTW-naheffingsaanslagen op aan X BV. Volgens de inspecteur zien bepaalde in aftrek gebrachte kosten op onzakelijke uitgaven.
Hof ’s-Hertogenbosch (V-N 2024/38.1.5) oordeelt dat de inspecteur de aftrek van voorbelasting voor de horeca-uitgaven terecht heeft gecorrigeerd. De voorbelasting op dergelijke kosten komt niet voor aftrek in aanmerking. Ook de voorbelasting op de relatiegeschenken is niet aftrekbaar. De door X BV overgelegde bescheiden zijn namelijk niet aan te merken als facturen. Ook de voorbelasting op de kantoor- en huisvestingskosten is terecht gecorrigeerd. X BV maakt niet aannemelijk dat sprake is van zakelijk gebruik. Het gelijk is aan de inspecteur. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).
Wetingang:
Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15