Hof Den Haag oordeelt dat uitworpredenen de inspecteur niet verplichten tot nader onderzoek indien sprake is van de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist waren. Er is geen sprake van een ambtelijk verzuim.

X woont in 2018 in Nederland en werkt als pilote bij haar in Malta gevestigde werkgever A LTD. In haar aangifte IB/PVV 2018 claimt zij een vrijstelling ter voorkoming van dubbele belasting voor buitenlandse inkomsten uit tegenwoordige dienstbetrekking ('belastingvrijstelling') en een premievrijstelling 2018. De Belastingdienst genereert voor X' aangifte IB/PVV 2018 diverse uitworpredenen maar de inspecteur legt de aanslag conform aangifte op. Na onderzoek van de aangifte IB/PVV 2019 concludeert de inspecteur dat Nederland het heffingsrecht heeft op grond van het belastingverdrag Nederland-Malta. De inspecteur wijkt af van de aangifte IB/PVV 2019 en verleent geen belastingvrijstelling. Na nadere beoordeling van het jaar 2018 legt de inspecteur een navorderingsaanslag op waarbij eveneens wordt geconcludeerd dat X geen recht heeft op de belastingvrijstelling. In beroep oordeelt de Rechtbank Den Haag dat de feiten die bekend werden onder de aanslagregeling 2019 gelden als 'nieuw feit' dat navordering rechtvaardigt.

Hof Den Haag oordeelt dat uitworpredenen de inspecteur niet verplichten tot nader onderzoek indien sprake is van de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist waren. De inspecteur heeft aannemelijk gemaakt dat de niet-onwaarschijnlijke mogelijkheid bestond dat de in de aangifte IB/PVV 2018 opgenomen gegevens juist waren. De omstandigheid dat in Malta over het salaris van belanghebbende Maltese belasting werd ingehouden doet aan het vorenstaande niet af. Verder wordt X' stelling, dat de naam ‘A LTD' aanleiding had moeten zijn om de aangifte IB/PVV 2018 aan een nader onderzoek te onderwerpen, ook niet gevolgd door het hof. Er is geen sprake van ambtelijk verzuim. De navorderingsaanslag is terecht opgelegd. X' hoger beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16

Instantie: Hof Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 10 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

26

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen