Het Gerecht oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat Hongarije voorwaarden stelt aan de uitoefening van het recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte BTW over een periode die reeds aan een belastingcontrole is onderworpen.

G Kft. verhuurt inleverbare en herbruikbare bakjes en kisten aan onder andere fruitproducenten. Voor het door G Kft. gebruikte statiegeldsysteem geeft de Hongaarse Belastingdienst een ruling af waarin wordt bepaald dat het statiegeld niet binnen de werkingssfeer van de BTW valt. In 2018 sluit de Belastingdienst een onderzoek af waaruit geen BTW-gevolgen voortvloeien. G Kft. verzoekt de Belastingdienst vervolgens in 2020, naar aanleiding van nieuwe gegevens, om een nieuwe controle uit te voeren. Volgens G Kft. heeft zij namelijk nog recht op een BTW-teruggaaf. De Belastingdienst wijst dit verzoek af. Volgens de Belastingdienst is er namelijk geen sprake van nieuwe gegevens. De Hongaarse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak. Het Hof van Justitie heeft de zaak doorgezonden naar het Gerecht.

Het Gerecht oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat Hongarije voorwaarden stelt aan de uitoefening van het recht op herziening van ten onrechte in rekening gebrachte BTW over een periode die reeds aan een belastingcontrole is onderworpen. Daarbij is niet van belang dat geen gevaar bestaat voor verlies van belastinginkomsten. Wel moet een belastingplichtige zijn recht op herziening daadwerkelijk kunnen uitoefenen gedurende een redelijke periode.

Wetingang:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 203

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Omzetbelasting, Europees belastingrecht

Editie: 5 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen