X is docent en geeft, naast zijn dienstverband bij een school, bijlessen bij een bijlesinstituut. In zijn IB-aangiften voor de jaren 2017 - 2020 brengt X kosten in aftrek op zijn ROW. Daarnaast brengt hij hypotheekrente in aftrek, uitgaven voor onderhoudsverplichtingen en giften. Naar aanleiding van de IB-aangifte 2020 stelt de inspecteur een onderzoek in naar de IB-aangifte 2017. Dit leidt er uiteindelijk toe dat voor de jaren 2017 - 2019 IB-navorderingsaanslagen met boetes aan X worden opgelegd. X is het hier niet mee eens en brengt diverse (formele) klachten naar voren.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de inspecteur terecht de ROW-correcties heeft doorgevoerd. De correcties betreffen namelijk kosten die niet zijn te koppelen aan een bron van inkomen, en zeker niet aan het geven van bijlessen. Ook de aftrek in verband met de uitgaven voor onderhoudsverplichtingen en de giften zijn terecht gecorrigeerd. Verder is de correctie voor de hypotheekrente ook terecht. X maakt niet aannemelijk dat de lening is afgesloten voor de eigen woning. Wel draait de rechtbank de correctie voor de looninkomsten voor het geven van bijlessen terug. X heeft namelijk aangegeven dat de loonopgave niet correct is, maar de inspecteur heeft dit niet nader onderzocht. De IB-aanslag 2020 wordt daarom verlaagd. Met betrekking tot de opgelegde boetes hekelt de rechtbank de werkwijze van X. Aan de ene kant pleit de rechtbank voor het opleggen van hogere boetes, wat zij zelf niet kan, aan de andere kant worden nog enkele boetes verlaagd wegens undue delay.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 5 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

19

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen