De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State constateert dat de besluitvorming op verzoeken van gedupeerden om vergoeding van werkelijke schade volledig is vastgelopen en treft daarom twee maatregelen. Ten eerste geldt bij een gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen voortaan de wettelijke nadere beslistermijn van twee weken uit art. 8:55d Awb. Ten tweede verbeurt de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen rechterlijke dwangsommen wegens overschrijding van die termijn.

X is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij verzoekt de Dienst Toeslagen om aanvullende compensatie voor de werkelijk geleden schade. Wanneer een besluit uitblijft, stelt zij beroep in wegens niet tijdig beslissen. Rechtbank Midden-Nederland verklaart het beroep gegrond en draagt de Dienst Toeslagen op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen, op straffe van een dwangsom van € 50 per dag met een maximum van € 15.000. De Dienst Toeslagen stelt hoger beroep in; X stelt incidenteel hoger beroep in.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State constateert dat de besluitvorming op verzoeken van gedupeerden om vergoeding van werkelijke schade volledig is vastgelopen en treft daarom twee maatregelen. Ten eerste geldt bij een gegrond beroep wegens niet tijdig beslissen voortaan de wettelijke nadere beslistermijn van twee weken uit art. 8:55d Awb. Ten tweede verbeurt de Dienst Toeslagen tot 3 juni 2027 geen rechterlijke dwangsommen wegens overschrijding van die termijn. De Afdeling stelt vast dat de gemiddelde afhandelingstermijn inmiddels ruim 118 weken bedraagt en dat het nog ongeveer achttien jaar zou duren voordat de bestaande werkvoorraad is weggewerkt. Daarmee heeft het rechtsmiddel van beroep wegens niet tijdig beslissen zijn effectiviteit verloren. De aanzienlijke dwangsommen die de Dienst Toeslagen verbeurt leiden niet tot snellere besluitvorming, maar leggen juist extra druk op de uitvoeringsorganisatie. Onder deze omstandigheden ziet de Afdeling geen mogelijkheid een realistische nadere beslistermijn vast te stellen. Daarom wordt teruggevallen op de wettelijke termijn van twee weken. De Afdeling oordeelt daarnaast dat de aan deze termijn gekoppelde rechterlijke dwangsom gedurende ten minste één jaar op nihil moet worden gesteld. Een dwangsom heeft uitsluitend een prikkelfunctie en van een dergelijke prikkel is onder de huidige omstandigheden geen sprake. Verder uit de Afdeling fundamentele kritiek op de door de Dienst Toeslagen ontwikkelde alternatieve herstelroutes, zoals SGH en MijnHerstel. Deze trajecten sturen gedupeerde ouders zonder wettelijke grondslag feitelijk richting civielrechtelijke vaststellingsovereenkomsten en forfaitaire schadevergoedingen, terwijl de Wet hersteloperatie toeslagen uitgaat van een bestuursrechtelijke beschikking die is gebaseerd op een beoordeling van de daadwerkelijk geleden schade. Het hoger beroep van de Dienst Toeslagen is gegrond, het incidentele hoger beroep van X is niet-ontvankelijk omdat inmiddels is beslist op haar aanvraag.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.55

Wet op de huurtoeslag

Instantie: Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 5 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen