De Hoge Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om een hogere proceskostenvergoeding toe te kennen dan de in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde forfaitaire bedragen en dat het bedrijfsmodel van de gemachtigde geen reden vormt om toepassing van art. 19a Wet BPM 1992 achterwege te laten.

X krijgt van Rechtbank Noord-Nederland voor een BPM-zaak een proceskostenvergoeding van € 1082 (2 procespunten, wegingsfactor 1 en een waarde per punt van € 541). Volgens Hof Arnhem-Leeuwarden is ten onrechte een verlaagde vergoeding toegekend (zie HR 27 mei 2022, ECLI:NL:HR:2022:752, V-N 2022/24.13), zodat hiervoor alsnog de huidige puntwaarde van € 875 moet worden gehanteerd. Voor de zaak in eerste aanleg en het hoger beroep krijgt X een totale proceskostenvergoeding van € 1750. Hierbij is steeds wegingsfactor 0,5 toegepast. Volgens de Hoge Raad (27 februari 2026, 24/03743, ECLI:NL:HR:2026:301, V-N 2026/11.23.6) was het hof niet vrij om de ambtshalve door de rechtbank vastgestelde wegingsfactor te halveren. Voor de zaak in eerste aanleg krijgt X daarom alsnog een proceskostenvergoeding van € 1868. Voor het bepalen van de proceskosten in cassatie is nader feitenonderzoek nodig. X wordt in de gelegenheid gesteld om nadere gegevens te verstrekken ter voldoening aan de op hem rustende bewijslast dat sprake is van een bijzonder geval (Wet herwaardering proceskostenvergoeding WOZ en BPM).

De Hoge Raad oordeelt dat er geen aanleiding is om een hogere proceskostenvergoeding toe te kennen dan de in het Besluit proceskosten bestuursrecht genoemde forfaitaire bedragen en dat het bedrijfsmodel van de gemachtigde geen reden vormt om toepassing van art. 19a Wet BPM 1992 achterwege te laten. In tegenstelling tot wat in het tussenarrest staat, moet niet de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) maar de Staatssecretaris de kosten van het geding in cassatie dragen. Voor het beroep in cassatie krijgt X een proceskostenvergoeding van € 421 en een griffierechtvergoeding van € 279.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 7.4

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.75

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden artikel 6

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 artikel 19A

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 20 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

22

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen