X ontvangt een naheffingsaanslag omzetbelasting en een beschikking invorderingsrente. X stuurt op 31 december 2022 een bezwaarschrift inclusief begeleidende e-mail naar de inspecteur. De inspecteur neemt de e-mail en het bezwaarschrift, dat aan de ontvanger is gericht, ter kennisgeving aan. De ontvanger ontvangt, ver buiten de bezwaartermijn, het bezwaarschrift per post. X voert aan dat de brievenbus, waarin de brief is gedeponeerd, tijdens de jaarwisseling is vernield. Ook stelt X dat zij begin 2023 de brief opnieuw per post heeft verzonden. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de doorzendplicht niet van toepassing is en geen sprake is van een verschoonbare termijnoverschrijding.
Hof Den Haag oordeelt dat de doorzendplicht niet van toepassing is, omdat X' bezwaar niet was gericht aan de inspecteur. De inspecteur mocht ervan uitgaan dat het bezwaarschrift ook bij de ontvanger was ingediend en hij het daarom niet hoefde door te zenden. Ook is er geen sprake van een verschoonbare termijnoverschrijding. X wist al op 31 december 2022 dat de verzending mogelijk mis zou gaan en heeft geen adequate actie ondernomen om tijdige ontvangst door de ontvanger te verzekeren. Het is niet aannemelijk dat X het bezwaarschrift opnieuw heeft verstuurd. X' hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.11
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.9
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.15
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 22J
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.8
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 12 juni
Informatiesoort: VN Vandaag