X is van 2006 tot en met 2010 medebestuurder van Y BV, een brievenbusfirma. Y BV is enige tijd na X' bestuur failliet gegaan. Y BV behoorde tot de Russische Areti-groep en ontplooide zelf geen ondernemingsactiviteiten en inkomsten. Tijdens X' bestuur zijn leningen van in totaal $ 186 miljoen verstrekt aan drie vennootschappen in Belize en is voor $ 14 miljoen aan advieskosten betaald aan een vennootschap op Bermuda. De leningen zijn nooit terugbetaald en er is nimmer rente betaald. De inspecteur heeft Y BV in verband met de leningen onder andere een aanslag VPB 2009 opgelegd die onbetaald is gebleven. De curator van Y BV acht X en zijn medebestuurder aansprakelijk voor het verdwijnen van het vermogen en heeft op basis daarvan een aantal vorderingen tegen hen ingesteld. In geschil is: i) of X aansprakelijk is op grond van onbehoorlijk bestuur, ii) welke schade aan het onbehoorlijk bestuur kan worden toegerekend en iii) of er gronden zijn om de schade te matigen.
Hof Amsterdam oordeelt dat X aansprakelijk is op grond van onbehoorlijk bestuur en de daaruit ontstane schade (€621.495) volledig aan hem kan worden toegerekend. Er is sprake van een ernstig verwijt, omdat X alle controle over en elk zicht op het vermogen van brievenbusfirma Y BV heeft losgelaten. Hij heeft zich bij de stukken die hij als bestuurder tekende geen rekenschap gegeven van de belangen van de vennootschap, en in dit geval van de verplichtingen die voor de vennootschap jegens de fiscus konden ontstaan. X' formele verweren slagen niet. Er is geen sprake van verjaring, omdat de verjaringstermijn nog niet was verlopen. Ook X' beroep op decharge is, door de benadeling van de fiscus, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar.
De schade wordt echter gematigd tot € 100.000 met wettelijke rente, omdat toewijzing van het volledige schadebedrag, gelet op X' persoonlijke omstandigheden, tot kennelijk onaanvaardbare gevolgen leidt en geen sprake is van opzet.
Wetingang:
Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 9
Burgerlijk Wetboek Boek 2 artikel 210
Burgerlijk Wetboek Boek 3 artikel 310
Burgerlijk Wetboek Boek 6 artikel 109
Instantie: Hof Amsterdam
Rubriek: Inkomstenbelasting, Insolventierecht, Fiscaal ondernemingsrecht, Vennootschapsbelasting, Verbintenissenrecht
Editie: 12 juni
Informatiesoort: VN Vandaag