Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X BV geen recht heeft op hogere aftrek van voorbelasting en vernietigt de opgelegde vergrijpboeten. De inspecteur corrigeert de aftrek omdat X BV geen facturen heeft overgelegd voor diverse posten.

X BV dient over de perioden 2014 tot en met 2017 aangiften omzetbelasting in en brengt uiteenlopende bedragen aan voorbelasting in aftrek. De inspecteur start een boekenonderzoek en ontvangt facturen voor managementvergoedingen, maar niet voor overige aftrekposten. Hij legt naheffingsaanslagen op voor 2014 en voor 2015 tot en met 2017 en corrigeert de aftrek voorbelasting met in totaal € 44.975, € 6288, € 12.945 en € 348. Tevens legt hij vergrijpboeten op. X BV maakt bezwaar en stelt beroep in. De inspecteur matigt een boete wegens termijnoverschrijding. In geschil is of X BV recht heeft op aftrek van voorbelasting bij ontbreken van facturen en of de naheffingsaanslagen omzetbelasting terecht zijn opgelegd.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X BV geen recht heeft op aftrek van voorbelasting voor posten waarvoor geen facturen zijn overgelegd omdat art. 15 Wet OB 1968 een op de voorgeschreven wijze opgemaakte factuur vereist. Grootboekkaarten maken de aftrek niet controleerbaar. De naheffingsaanslagen blijven daarom in stand. De vergrijpboeten worden vernietigd omdat partijen gezamenlijk dit standpunt innemen. De belastingrente blijft in rekening gebracht.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet op de omzetbelasting 1968 artikel 15

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 12 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen