Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de naheffingsaanslag accijns in strijd met het EU-verdedigingsbeginsel is opgelegd. Er is verzuimd om alle gedingstukken te overleggen, waaronder de brief over de voorgenomen correctie, zodat niet aannemelijk is dat deze aan X BV is verzonden.

X BV handelt in koffie, thee en frisdranken. Zij heeft een vergunning voor de opslag van verbruiksbelastinggoederen. Volgens de inspecteur heeft X BV in 2012 en 2013 alcoholvrije dranken verkocht aan afnemers in een andere EU-lidstaat, maar kan zij niet aantonen dat de zendingen hun bestemming hebben bereikt. Over deze uitslag is dus verbruiksbelasting verschuldigd. In geschil is de naheffingsaanslag accijns van € 320.705, alsmede de verzuimboeten van in totaal € 9840.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aanslag in strijd met het EU-verdedigingsbeginsel is opgelegd (zie HR 13 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:903, V-N 2025/29.12). De inspecteur heeft namelijk verzuimd om alle gedingstukken te overleggen, waaronder de brief over de voorgenomen correctie, zodat niet aannemelijk is dat deze aan X BV is verzonden. Wegens het ontbreken van de stukken wordt tevens aangenomen dat de inbreng van X BV na de voorgenomen correctie tot een andere afloop had kunnen leiden. Door het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X BV ten aanzien van de aanslag een immateriële schadevergoeding van € 7500. Ten aanzien van de boeten wordt nogmaals dezelfde vergoeding toegekend (zie HR 14 juni 2024, ECLI:NL:HR:2024:853, V-N 2024/29.19). De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vernietigt de naheffingsaanslag, de boeten en de belastingrentebeschikking.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Douanewet artikel 22

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.31

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 6 mei

Rubriek: Accijns en verbruiksbelastingen

226

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen