Hof Amsterdam oordeelt dat de belastingrechter de relevante feiten zelfstandig moet vaststellen. Ondanks de niet doorgezette strafrechtelijke vervolging mag de inspecteur materiaal dat is verzameld voor de strafzaak gebruiken als bewijs.

X is taxiondernemer en zijn omzet bestaat voor het grootste deel uit via een extern bedrijf gerealiseerde omzet. Een klein deel bestaat uit omzet van zijn vaste klanten, die met de pin of later per bank betalen. X geeft alle ontvangsten periodiek door aan zijn boekhouder, die vervolgens de aangiften doet. De inspecteur voert meerdere boekenonderzoeken uit en legt (navorderings)aanslagen en vergrijpboeten op. In hoger beroep is onder meer in geschil of materiaal dat is verzameld voor een strafrechtelijk onderzoek mag worden gebruikt als bewijs in de onderhavige fiscale zaak.

Hof Amsterdam oordeelt dat de belastingrechter de relevante feiten zelfstandig moet vaststellen. Ondanks de niet doorgezette strafrechtelijke vervolging mag de inspecteur materiaal dat is verzameld voor de strafzaak gebruiken als bewijs. De omstandigheid dat volgens X in een eerder boekenonderzoek zou zijn geconcludeerd dat de administratie wel correct was, brengt niet mee dat het de inspecteur niet vrij zou staan in een later onderzoek op grond van nadien naar voren komende feiten tot een ander oordeel te komen. De aanslagen zijn opgelegd conform de opgaven van het externe bedrijf aan de Belastingdienst en de daadwerkelijke ontvangsten door X. X toont niet overtuigend aan dat deze gegevens niet juist zijn. Het hoger beroep van X is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 25

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 27E

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67D

Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 67E

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Inkomstenbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

Editie: 6 mei

310

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen