Hof Den Haag oordeelt dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan en beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit. De inspecteur heeft dan ook terecht de niet-bedongen rente als een uitdeling aangemerkt. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

X heeft een schuld aan zijn bv. De rente wordt jaarlijks bijgeschreven. In haar VPB-aangifte 2013 vermeldt de bv geen rentevergoeding over haar vordering op X. Op 1 december 2016 brengt de VPB-inspecteur de inspecteur hiervan op de hoogte. De inspecteur legt vervolgens een IB-navorderingsaanslag op aan X waarbij 7% rente in aanmerking wordt genomen als uitdeling. X stelt dat er geen sprake is van een nieuw feit, omdat de inspecteur er van op de hoogte had kunnen zijn dat de bv in 2013 geen rente had berekend.

Hof Den Haag (V-N 2018/55.1.2) oordeelt dat de inspecteur geen ambtelijk verzuim heeft begaan en beschikt over een navordering rechtvaardigend nieuw feit. Volgens het hof kan de inspecteur namelijk volstaan met het raadplegen van het IB-dossier, en hoeft hij niet het VPB-dossier van de bv te raadplegen. Verder stelt het hof vast dat het gehanteerde rentepercentage ook niet te hoog is. De bv heeft namelijk geen aflossingen bedongen en er zijn ook geen zekerheden gesteld. Zakelijk handelende partijen zouden in een dergelijke situatie ook een risico-opslag overeenkomen.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 4.12

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Hoge Raad

Editie: 4 februari

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen