De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de heer X voor 2010 onnodig lang in het onzekere is gelaten. De SVB krijgt daarom de opdracht in zoverre alsnog een inhoudelijk besluit te nemen. Vanwege de ruime discretionaire bevoegdheid van de SVB en het inmiddels gestarte overleg met andere Nederlandse organen is er geen ruimte om voor het overige zelf in deze zaak te voorzien.

De heer X is in dienst van een in Luxemburg gevestigde werkgever en valt (mede) onder het Rijnvarendenverdrag. Volgens X is hij vanaf 1 mei 2010 vrijgesteld van de Nederlandse premies volksverzekeringen en hij verzoekt de SVB om daartoe een regularisatieovereenkomst met de Luxemburgse autoriteiten te sluiten. De SVB weigert dit, omdat in de fiscale kolom nog niet definitief is besloten over 2013 en 2014. De aanslag premie volksverzekeringen voor 2010 staat wel al onherroepelijk vast. Voor 2011 en 2012 heeft de Belastingdienst inmiddels vrijstelling premieplicht verleend. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de SVB de verzoeken had moeten doorsturen naar Luxemburg. De SVB heeft de verzoeken dus onbevoegdelijk in behandeling genomen, ook al is daarop nog steeds geen inhoudelijke beslissing afgegeven. De SVB gaat in hoger beroep.

De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat X voor 2010 onnodig lang in het onzekere is gelaten. De SVB krijgt daarom de opdracht in zoverre alsnog een inhoudelijk besluit te nemen. De rechtbank heeft ten onrechte beslist dat de SVB de verzoeken had moeten doorsturen naar Luxemburg. De verzoeken strekken namelijk tot het sluiten van een overeenkomst, zodat ook de SVB hierover een besluit moet nemen. Vanwege de ruime discretionaire bevoegdheid van de SVB en het inmiddels gestarte overleg met andere Nederlandse organen is er voor het overige geen ruimte om zelf in deze zaak te voorzien. Het is niet onredelijk dat de SVB afwijzend op dergelijke verzoeken beslist als er in de fiscale kolom nog een procedure loopt, hoewel recente rechtspraak (zie o.a. V-N 2018/53.10 en V-N 2019/57.1.4) wellicht aanleiding geeft tot een andere benadering in de toekomst. Het beroep van de SVB is deels gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene Ouderdomswet 6

Instantie: Centrale Raad van Beroep

Rubriek: Internationale sociale zekerheid, Premieheffing

Editie: 1 april

Informatiesoort: VN Vandaag

  295
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen