De hoofdregel in de fiscaliteit is geheimhouding. Het belang van parlement op informatie wordt afgewogen tegen het zwaarwegende, algemene belang dat is gediend met de fiscale geheimhoudingsplicht. De inspecteur heeft recht op veel en gevoelige informatie, zowel van particulieren als van bedrijven. Individuele belastingplichtigen moeten er van op aan kunnen dat hun gegevens vertrouwelijk blijven. Volgens Snel mag het niet zo zijn dat belastingplichtigen uit vrees dat hun gegevens niet vertrouwelijk blijven relevante fiscale informatie niet verstrekken aan de inspecteur van de Belastingdienst. Na afweging van deze belangen komt Snel tot de conclusie dat hij niet tot openbare verstrekking kan overgaan. Tussen de twee uitersten, openbare inlichtingenverstrekking en geen inlichtingenverstrekking, bestaat ook nog een tussenvorm namelijk vertrouwelijk inlichtingen verstrekken aan de Kamer in een besloten commissievergadering. Alles afwegende heeft Snel gekozen voor vertrouwelijke inlichtingenverstrekking over de fiscale positie van Shell in een besloten commissievergadering.
Inhoudsopgave van deze editie
Geen recht op aftrek voorbelasting als wordt aangetoond dat geen levering heeft plaatsgevonden
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat aftrek van voorbelasting mag worden geweigerd als de Belastingdienst aantoont dat de handelingen waarop de factuur betrekking heeft, niet daadwerkelijk hebben plaatsgevonden.
Grove urenschatting volstaat voor urencriterium, maar niet voor S&O-aftrek
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X aannemelijk maakt dat zij in 2013 ten minste 1225 uren aan de onderneming heeft besteed. X heeft echter geen recht op de S&O-aftrek, aangezien X niet aannemelijk maakt dat zij 500 uren aan S&O-werk heeft besteed.
Claim van erfgenamen komt in mindering op verzwegen buitenlands vermogen
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat de heer X in 2015 geen belastbaar voordeel uit sparen en beleggen heeft genoten. De waarde in het economische verkeer van de schuld aan de ANBI's is op 1 januari 2015 namelijk in ieder geval gelijk aan het saldo op 1 januari 2015 van zijn bankrekening.
Bij gebruik zelf geproduceerde elektriciteit is sprake van distributie
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat Turbogás als een ‘distributeur’ moet worden beschouwd. Wel is volgens het Hof van Justitie EU een vrijstelling van toepassing.
Terechte BPM-naheffing voor gebruikte kampeerauto
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat in het BPM-kaderbesluit geen goedkeuring staat om voor de bepaling van de rest-BPM van een kampeerauto uit te gaan van de catalogusprijs en de handelsinkoopwaarde van een bestelauto.
Hof van Justitie EU oordeelt niet over Bulgaarse zaak uit 2004
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het niet bevoegd is om te antwoorden op de vragen van de Bulgaarse rechter. De levering van de onroerende zaak heeft namelijk plaatsgevonden vóór de toetreding van Bulgarije tot de EU.
Erfgoed Telt: Erfgoedbeleid tot 2021
Minister van OCW Van Engelshoven stuurt de brief Erfgoed Telt naar de Tweede Kamer. Deze brief is een nadere uitwerking van het erfgoedbeleid van dit kabinet, zoals reeds aangekondigd in de cultuurbrief Cultuur in een open samenleving.
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.