Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X concreet moet melden voor welke auto‘s een beroep op het art.16a-arrest wordt gedaan en daartoe inzichtelijke en controleerbare berekeningen moet overleggen.

X voldoet in 2016 op aangifte BPM voor diverse auto’s. In geschil is onder meer of X terecht aanspraak maakt op toepassing van het historische BPM-tarief (art. 16a Wet BPM 1992), zoals volgend uit HR 1 mei 2020, 18/02168, V-N 2020/22.10. Volgens X moet de inspecteur nagaan voor welke auto’s een teruggaaf volgt. De inspecteur stelt dat dit aan X is en dat X de feiten moet stellen en zo nodig bewijzen.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X concreet moet melden voor welke auto(‘s) een beroep op het art.16a-arrest wordt gedaan en daartoe inzichtelijke en controleerbare berekeningen moet overleggen. X kan dus niet volstaan met de enkele verwijzing naar de data van eerste toelating. De beroepen van X zijn ook voor het overige ongegrond. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn krijgt X wel een immateriële schadevergoeding van € 3000.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de belasting van personenauto's en motorrijwielen 1992 16a

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingheffing van motorrijtuigen, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 18 mei

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen