Belanghebbenden zijn beiden voor 50% vennoot van een VOF. Aan hen worden na een boekenonderzoek informatiebeschikkingen opgelegd wegens schending van de administratie- en bewaarplicht. De informatiebeschikkingen hebben als dagtekening 21 oktober 2024. Op 2 januari 2025 schrijven belanghebbenden dat zij zich genoodzaakt zien bezwaar te maken tegen de gang van zaken en kondigen zij een officieel bezwaarschrift aan tegen de informatiebeschikkingen. In geschil is of de inspecteur de bezwaren terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat een e-mail van 16 oktober 2024 die belanghebbenden hebben gestuurd kort voor het opleggen van de informatiebeschikking een ontvankelijk bezwaar tegen deze beschikking is. De e-mail bevat de zinsnede “wij zijn het niet eens met uw conclusies”. Volgens de rechtbank ziet deze zinsnede ook op de conclusie over schending van de administratie‑ en bewaarplicht, welke heeft geleid tot het opleggen van de informatiebeschikkingen. Het bezwaar is weliswaar prematuur, maar omdat de inspecteur op 8 oktober 2024 zonder voorbehoud had aangekondigd dat hij informatiebeschikkingen zou uitreiken en uitlegde hoe bezwaar kon worden gemaakt, mochten belanghebbenden redelijkerwijs menen dat het besluit al was genomen. Daarmee is het premature bezwaarschrift toch ontvankelijk. De rechtbank verklaart de beroepen gegrond en draagt de inspecteur op om opnieuw te beslissen op het bezwaar van belanghebbenden.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.7
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.10
Instantie: Rechtbank Noord-Nederland
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 24 september
Informatiesoort: VN Vandaag