Hof Den Bosch oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op een hogere dan forfaitaire proceskostenvergoeding.

X woont in 2007 in Andorra. Hij heeft een aantal onroerende zaken in Nederland. Voor de berekening van het belastbare voordeel uit sparen en beleggen in Nederland zijn deze onroerende zaken op 1 januari en op 31 december 2007 gewaardeerd op een totaalbedrag van € 748.000. Partijen zijn het er over eens dat de rendementsgrondslag aan het einde van 2007 niet op juiste wijze is vastgesteld. In geschil is of X recht heeft op een hogere dan forfaitaire proceskostenvergoeding.

Hof Den Bosch oordeelt dat X geen recht heeft op een hogere dan forfaitaire proceskostenvergoeding. Voor toekenning van een proceskostenvergoeding in afwijking van de geldende forfaitaire bedragen is geen grond. Dit is anders als de inspecteur het verwijt treft dat hij een beschikking geeft of handhaaft, terwijl duidelijk is dat die beschikking in een daartegen ingestelde procedure geen stand houdt. Het hof is van mening dat daar geen sprake van is.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet inkomstenbelasting 2001 5.2

Besluit proceskosten bestuursrecht 2

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Editie: 17 maart

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen