Rechtbank Gelderland beslist dat er geen tegemoetkoming loonkostenvoordeel mogelijk is na de wijziging van de rechtsvorm van de onderneming.

Edelsmid, A, heeft een eenmanszaak. Per 1 maart 2018 treedt C, die tot die datum een WW-uitkering ontving, bij de eenmanszaak in dienst. C valt onder de doelgroep oudere werknemers. Op 26 april 2018 geeft het UWV de doelgroepverklaring oudere werknemer (DGV) op naam van de eenmanszaak af. Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2018 wordt de eenmanszaak omgezet in belanghebbende, vof X. De vennoten van de vof zijn A en zijn echtgenote. De naam en de activiteiten van de onderneming zijn niet gewijzigd. Per 1 mei 2018 is vof X inhoudingsplichtig voor de loonbelasting en verzoekt zij om het loonkostenvoordeel (LKV) oudere werknemer voor C. Dit wordt geweigerd. In geschil is of dit terecht is.

Volgens Rechtbank Gelderland heeft de wetgever er bewust voor gekozen om voor de begripsomschrijving ‘werkgever’ in de Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) aan te sluiten bij de wettelijke term ‘inhoudingsplichtige’. Vast staat dat vóór de omzetting van de eenmanszaak sprake is van een andere inhoudingsplichtige dan na de omzetting. Gevolg is dat na de omzetting niet (langer) wordt voldaan aan de in de Wtl gestelde voorwaarden om in aanmerking te komen voor het LKV. Niet van belang is dat de activiteiten van de onderneming, na de omzetting, niet zijn gewijzigd. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet tegemoetkomingen loondomein 2.2

Wet tegemoetkomingen loondomein 1.1

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Loonbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 15 maart

3

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen