Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat niet aannemelijk is dat het paard in het kader van de levering is vervoerd naar de Verenigde Staten. De BTW is terecht nageheven.

X handelt in springpaarden en verkoopt in 2016 een paard aan manege Y in de Verenigde Staten. In verband met deze verkoop, reikt X op 18 juli 2016 een factuur uit met toepassing van het nultarief. Volgens de wedstrijdgegevens van de Fédération Équestre Internationale (FEI) rijdt één van de eigenaren van Y in de periode tussen 29 september 2016 en 21 oktober 2016 met het paard wedstrijden in de EU. In het medisch rapport van Wageningen University & Research staat één van de andere eigenaren van Y genoemd als eigenaar van het paard. Op 17 november 2016 voert X het paard uit naar de Verenigde Staten. In geschil is of de levering van het paard plaatsvindt in Nederland of in de Verenigde Staten.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat niet aannemelijk is dat het paard in het kader van de levering is vervoerd naar de Verenigde Staten. De macht om als eigenaar over het paard te beschikking is al ruim vóór de uitvoer naar de Verenigde Staten overgegaan van X op de manege. De BTW is terecht nageheven en het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 3

Wijzigingsregeling Uitvoeringsregeling accijns (overgangsmaatregel wijziging heffing omzetbelasting op tabaksproducten) 12

Wet op de omzetbelasting 1968 2

Wet op de omzetbelasting 1968 9

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 22 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

392

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen