Rechtbank Gelderland oordeelt dat de ontvanger een te lage wegingsfactor heeft toegepast bij het vaststellen van een kostenvergoeding. De rechtbank bepaalt dat de omstandigheden waaronder X BV bezwaar heeft ingesteld een wegingsfactor van 0,5 rechtvaardigen.

X BV maakt bezwaar tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting. De ontvanger legt daarna een aanmaning en een dwangbevel op met kosten van respectievelijk € 21 en € 3143. De gemachtigde wijst de ontvanger per e-mail op het lopende bezwaar en vraagt om nihilstelling van de kosten. De ontvanger reageert dat e-mail niet is opengesteld voor formele berichten. De gemachtigde dient vervolgens een formeel bezwaarschrift in tegen de kosten. De ontvanger komt volledig tegemoet en kent een kostenvergoeding toe met wegingsfactor 0,25. X BV stelt beroep in over de hoogte van deze factor.

In geschil is of de ontvanger bij de kostenvergoeding een juiste wegingsfactor heeft toegepast.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat de ontvanger de zaak onnodig gecompliceerd heeft gemaakt door een informele poging tot het vinden van een oplossing niet inhoudelijk op te pakken. De rechtbank kwalificeert de zaak wel als juridisch-inhoudelijk licht maar stelt dat de handelwijze van de ontvanger een zwaardere waardering van de prestatie van de gemachtigde vergt. Een wegingsfactor van 1,0 acht de rechtbank niet passend, maar een factor van 0,5 wel. De rechtbank stelt daarom de kostenvergoeding opnieuw vast met toepassing van deze factor.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.57

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 12 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

101

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen