Hof Den Haag oordeelt dat X zijn stelling dat op het punt van parkeerbelasting sprake is van een ongelijke behandeling die in strijd is met Europeesrechtelijke beginselen niet aannemelijk heeft gemaakt.

Belanghebbende, X, is het niet eens met een naheffingsaanslag parkeerbelasting.

Hof Den Haag oordeelt dat X zijn stelling dat op het punt van parkeerbelasting sprake is van een ongelijke behandeling die in strijd is met Europeesrechtelijke beginselen niet aannemelijk heeft gemaakt. X stelt dat het bedrag in Duitsland slechts € 18 is, maar kan desgewenst niet aangeven of dit bedrag ziet op een sanctie wegens fout parkeren of het niet voldoen van parkeerbelasting. Verder wijst het hof erop dat de vaststelling van de naheffingsaanslag een soevereine bevoegdheid is van de nationale Nederlandse wetgever en de gemeentelijke wetgever. De klacht van X over de gang van zaken bij de rechtbank maakt geen onderdeel uit van de onderhavige hoger beroepsprocedure. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 225

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 24 april

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen