In de voorgelegde casus behartigt een stichting de belangen van een muziekband en beschikt zij, net als het boekingskantoor, over een inhoudingsplichtigenverklaring. Enkele bandleden willen voor bepaalde optredens echter buiten de artiestenregeling opereren en factureren hun gage rechtstreeks aan de stichting.
De kennisgroep bevestigt dat de opting-outregeling hiervoor kan worden toegepast. Voorwaarde is dat de artiest in Nederland woont en dat er vóór de betaling van de gage een schriftelijke overeenkomst is gesloten, waarin expliciet is vastgelegd dat partijen niet willen dat de artiest voor dat optreden als artiest in de zin van art. 5a Wet LB 1964 wordt aangemerkt. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen de stichting en de betreffende artiest. De stichting treedt daarbij op als opdrachtgever, omdat de inhoudingsplicht uiteindelijk bij haar berust en zij de betaling verzorgt.
Wordt de opting-outregeling correct toegepast, dan geldt de artiestenregeling voor het betreffende optreden niet. Daardoor vervalt ook de inhoudingsplicht op grond van de artiestenregeling. De keuze voor opting-out kan per optreden afzonderlijk worden gemaakt.
Wetingang:
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 1
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 5A
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 8A
Uitvoeringsbesluit loonbelasting 1965 artikel 3BIS
Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 artikel 2.5
Rubriek: Loonbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 2 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag