Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X de uitspraak op bezwaar per e-mail heeft ontvangen en te laat beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat er geen recht op een dwangsom bestaat.

X ontvangt ambtshalve aanslagen IB/PVV 2022 en Zvw 2022 nadat hij geen aangifte heeft ingediend. X dient daarna een aangifte in stelt vervolgens bezwaar in. De inspecteur verzendt een uitspraak op bezwaar per post naar twee adressen en per e-mail naar twee e-mailadressen die X eerder heeft gebruikt. X stelt beroep in tegen het niet tijdig beslissen en stelt de inspecteur in gebreke. De inspecteur betwist de ontvangst van de ingebrekestelling van 6 oktober 2024 en stelt dat de uitspraak op bezwaar al is verzonden voordat X de tweede ingebrekestelling op 10 april 2025 heeft verstuurd. In geschil is of X tijdig beroep heeft ingesteld en of hij de uitspraak op bezwaar en de ingebrekestellingen rechtsgeldig heeft verzonden.

Rechtbank Noord-Nederland oordeelt dat X de uitspraak op bezwaar per e-mail heeft ontvangen omdat hij via hetzelfde e-mailadres met de inspecteur correspondeert en er geen aanwijzingen bestaan voor storingen in het e-mailverkeer. De rechtbank oordeelt dat er al een uitspraak op bezwaar is gedaan wanneer X beroep instelt tegen het niet tijdig beslissen zodat dit beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank oordeelt dat X te laat beroep heeft ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar en daarvoor geen verschoonbare reden heeft aangevoerd. De rechtbank oordeelt dat X geen recht heeft op een dwangsom omdat het niet aannemelijk is dat hij de ingebrekestelling van 6 oktober 2024 heeft verzonden en de ingebrekestelling van 10 april 2025 is verstuurd nadat de inspecteur al uitspraak heeft gedaan.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.20

Algemene wet bestuursrecht artikel 6.12

Instantie: Rechtbank Noord-Nederland

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 12 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

232

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen