Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het toekennen van premiekorting op basis van de afgesproken uren niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Het is aan belanghebbende om de omvang van de contracturen te bewijzen.

Belanghebbende exploiteert een taxibedrijf en heeft meerdere werknemers in dienst. Deze werknemers hebben een schriftelijke arbeidsovereenkomst voor een beperkt aantal afgesproken uren (6 tot 10 uur). Feitelijk werken deze werknemers structureel meer uren. Belanghebbende heeft premiekorting voor oudere werknemers dan wel arbeidsgehandicapte werknemers toegepast op de feitelijk gewerkte uren. De Belastingdienst stelt zich op het standpunt dat belanghebbende ingevolge de wet slechts over de schriftelijk afgesproken uren recht heeft op premiekorting.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat het toekennen van premiekorting op basis van de afgesproken uren niet in strijd is met het gelijkheidsbeginsel. Belanghebbende heeft alleen recht op premiekorting over de overeengekomen uren. Het is daarbij aan de belanghebbende te bewijzen wat de omvang van de afgesproken uren is. Het feit dat voor werknemers zonder afgesproken uren de daadwerkelijke uren maatgevend zijn voor de premiekorting doet hier niet aan af, omdat dit verschil in behandeling gerechtvaardigd is.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet financiering sociale verzekeringen 50c

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Premieheffing

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 4 juni

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen