Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bewijslast om de gestelde specifieke zorgkosten aannemelijk te maken op X rust en dat zij daarin slechts gedeeltelijk slaagt. Omdat het bedrag uiteindelijk onder de drempel blijft, heeft X geen recht op aftrek van specifieke zorgkosten.

X doet IB-aangifte 2021 en claimt € 12.751 aan specifieke zorgkosten. Nadat de inspecteur informatie heeft gevraagd en er contact is geweest, deelt de inspecteur aan X mee dat hij van plan is om van de aangifte af te wijken en geen rekening gaat houden met specifieke zorgkosten.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de bewijslast om de gestelde specifieke zorgkosten aannemelijk te maken op X rust en dat zij daarin slechts gedeeltelijk slaagt. Omdat het bedrag uiteindelijk onder de drempel blijft, heeft X geen recht op aftrek van specifieke zorgkosten. De rechtbank accepteert uiteindelijk namelijk slechts € 300 voor genees- en heelkundige hulp en € 68 voor vervoer (bij € 0,19 per km in plaats van de door X gehanteerde € 2,20). Verder staat de rechtbank nog een bedrag van € 300 voor extra kleding en beddengoed in aftrek toe. Kosten voor medicijnen en hulpmiddelen zijn niet aannemelijk. Het totaal van € 668 blijft onder de drempel van € 1415 zodat de aftrek specifieke zorgkosten nihil is en de aanslag in stand blijft.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.1

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 6.17

Uitvoeringsregeling inkomstenbelasting 2001 artikel 38

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 24 april

Informatiesoort: VN Vandaag

12

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen