Rechtbank Gelderland oordeelt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor navordering, aangezien er ten onrechte verrekening van dividendbelasting heeft plaatsgevonden.

Belanghebbende, X bv, ontvangt door toedoen van een frauderende ambtenaar een teruggaaf dividendbelasting van € 19,5 miljoen. X BV had op die teruggave feitelijk geen recht. Op de dag van ontvangst is het grootste deel hiervan overgemaakt naar een buitenlandse bankrekening. Er is een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen de betreffende ambtenaar en zijn medeplichtigen. In geschil is of terecht een VPB-navorderingsaanslag is opgelegd van € 19,5 miljoen en of daarbij terecht € 1.360.693 aan belastingrente in rekening is gebracht. Niet in geschil is dat de ambtenaar fraude heeft gepleegd en daartoe opzettelijk onjuiste gegevens in de computersystemen van de Belastingdienst heeft ingevoerd.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat wordt voldaan aan de voorwaarden voor navordering, aangezien er ten onrechte verrekening van dividendbelasting heeft plaatsgevonden (zie art. 16-2-a AWR). Er is door de ambtenaar een aanslag opgemaakt, die naar de uiterlijke verschijningsvorm een rechtsgeldige verminderingsbeschikking was. Wat er vervolgens met het geld is gebeurd, is voor de rechtsgeldigheid van de beschikking niet van belang. Het beroep van X bv is ook voor het overige ongegrond. X bv heeft namelijk niet gesteld dat de inspecteur de belastingrente onjuist heeft berekend.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Vennootschapsbelasting, Dividendbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 25 juli

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen