Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen der partijen de hoogte van de inkomsten aannemelijk heeft gemaakt, zodat zij worden geschat op € 10.000.

Aan belanghebbende, de heer X, is over 2007 een IB-navorderingsaanslag en een boete van 50% ad € 4.627 opgelegd. X erkent dat hij in dat jaar beveiligingswerkzaamheden heeft verricht, maar betwist de hoogte van de inkomsten. Een oud-werkneemster, mevrouw C, van het beveiligingsbedrijf is inmiddels aangehouden wegens fraude. X stelt slechts € 3.000 te hebben ontvangen, aangezien het een vriendendienst van hem jegens C was. C zou de declaraties van X hebben verhoogd tot € 25.157 en het meerdere zelf hebben gehouden. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat geen der partijen de hoogte van de inkomsten aannemelijk heeft gemaakt, zodat zij worden geschat op € 10.000. Conform de toelichting bij de boete bepleit de inspecteur uiteindelijk slechts een boete van 25% wegens grove schuld. Aangezien het inkomen is geschat, is een boete van € 700 passend en geboden. Het beroep van X is deels gegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 16

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Inkomstenbelasting

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Editie: 21 mei

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen