De betaalpauze is in 2021 ingesteld omdat de Tweede Kamer toeslagenouders meer rust wenste gedurende de integrale beoordeling van hun herstelverzoek kinderopvang. Als bij de Kamer “het beeld bestaat dat de invorderingspauze een jaar zou duren, komt dat door de (..) afkoelingsperiode die wel een jaar duurt.” In die periode mogen publieke en private schuldeisers namelijk geen actieve incassomaatregelen nemen voor schulden die zijn ontstaan vóór de ontvangst van € 30.000 (op grond van de Catshuisregeling), of de eerste uitbetaling na een integrale beoordeling. In de brieven die toeslagenouders ontvingen staat, volgens de bewindspersonen, niet dat de betaalpauze slechts één jaar duurt.
Ouders hebben gedurende de betaalpauze brieven ontvangen, zoals beschikkingen, waarin staat dat bedragen terugbetaald moeten worden. Zij ontvingen echter geen herinneringen, aanmaningen of dwangbevelen met betrekking tot openstaande bedragen.
De kwijtschelding van schulden, die het gevolg zijn van de toeslagenaffaire, beperkt zich tot schulden die zijn ontstaan in de periode tot en met 2020. Daarna kan de schuld van een gedupeerde zijn opgelopen doordat maandelijks of jaarlijks bijvoorbeeld inkomstenbelasting of motorrijtuigenbelasting is verschuldigd. Dit geldt ook voor niet-gedupeerden die geen recht op kwijtschelding hebben.
Sinds 2024 is de invordering van schulden weer opgestart. Een apart overzicht van toeslagenouders die zich aanmeldden bij UHT kan niet worden gemaakt. Doordat het UHT-label bewust verwijderd kunnen deze ouders niet apart worden gevolgd.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 4.94A
Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990 artikel 11
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 31
Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen artikel 31BIS
[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]
Rubriek: Invordering, Toeslagen en zorgverzekeringswet
Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën
Editie: 20 april
Informatiesoort: VN Vandaag