X bezorgt in 2018 kranten met zijn privéauto. Hij krijgt hiervoor € 12.716, inclusief € 0,25 per stop. De inkomsten zijn belast als resultaat uit overige werkzaamheden. In geschil is wat X als reiskosten kan aftrekken. Volgens Rechtbank Zeeland-West-Brabant is de aftrek € 3974 (20.916 km x € 0,19). X stelt in hoger beroep dat zijn werkelijke kosten € 0,40 per km zijn en dat de aftrek conform het Convenant Uitgeefsector hoger moet zijn.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de werkelijk gemaakte kosten die X kan aftrekken voor het gebruik van zijn privéauto wettelijk zijn gemaximeerd op € 0,19 per km. Ook als de werkelijke kosten hoger zijn, dan is de aftrek beperkt tot dat bedrag. X beroept zich vergeefs op het vertrouwensbeginsel. Voor 2017 heeft de inspecteur weliswaar een hogere aftrek geaccepteerd, maar hierbij is het voorbehoud gemaakt dat dit niet zonder meer geldt voor andere jaren. Het beroep van X is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.17
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.95
Algemene wet bestuursrecht artikel 7.2
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 20 april
Informatiesoort: VN Vandaag