De heffingsambtenaar stelt voor 2025 de WOZ-waarde van de vrijstaande woning van X vast op € 990.000. X bestrijdt deze waarde en voert daarnaast aan dat de heffingsambtenaar meerdere door de rechtbank gestelde termijnen heeft overschreden bij het indienen van processtukken, zoals het verweerschrift en de taxatie.
Rechtbank Oost-Brabant oordeelt dat de heffingsambtenaar de gestelde termijnen niet heeft nageleefd en merkt dit als onzorgvuldig aan. Toch oordeelt zij dat geen sprake is van schending van de goede procesorde. Doorslaggevend is dat de termijnoverschrijdingen beperkt zijn, dat X voldoende gelegenheid heeft gehad om op de ingediende stukken te reageren en dat zij daardoor niet in haar processuele belangen is geschaad. Het enkel overschrijden van termijnen vormt volgens de rechtbank geen grond om stukken buiten beschouwing te laten. Inhoudelijk acht de rechtbank de WOZ‑waarde voldoende onderbouwd met een taxatie op basis van vergelijkingsobjecten. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 6.22
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.31
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.42
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.58
Wet waardering onroerende zaken artikel 17
Instantie: Rechtbank Oost-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 20 april
Informatiesoort: VN Vandaag