Niet-bezwaarmakers komen niet in aanmerking voor rechtsherstel in box 3. Dat oordeelde de Hoge Raad afgelopen week in twee zaken die waren voorgelegd in het kader van de ‘massaal bezwaar plus’ proefprocedures.
Centraal stond de vraag of spaarders en beleggers die in de jaren 2017-2021 te veel belasting betaalden in box 3, maar géén bezwaar tegen hun belastingaangifte maakten, ook in aanmerking komen voor compensatie. De Hoge Raad geeft aan dat dit niet hoeft. Daarmee biedt de Hoge Raad niet de oplossing voor het box 3-vraagstuk waar een groot deel van de Tweede Kamer op hoopte: dat rechtsherstel voor niet-bezwaarmakers juridisch zou worden afgedwongen.
In december 2021 oordeelde Hoge Raad in het Kerstarrest (2021) dat het box 3-systeem op basis van onrealistische forfaits onrechtmatig is en dat rechtsherstel geboden moet worden. Daarbij gaf de Hoge Raad aan dat rechtsherstel geboden moet worden door het werkelijke rendement in de belastingheffing te betrekken. Dit leidde tot drie politieke vraagstukken: hoe kon het box 3-stelsel op korte termijn gerepareerd worden, zodat het niet langer onrechtmatig zou zijn; hoe moest een nieuw stelsel eruitzien waarbij het daadwerkelijk behaalde rendement zou worden belast; én wie komen er in aanmerking voor rechtsherstel over de jaren 2017 tot en met 2021?
Financieel gedreven
Kabinet-Rutte IV nam in september 2022 het politieke besluit om niet-bezwaarmakers geen rechtsherstel te bieden, ondanks dat deze groep ten onrechte te veel belasting heeft betaald. Toenmalig staatssecretaris Van Rij gaf in de Tweede Kamer toe dat dit besluit louter financieel gedreven was. Later benadrukte hij daarbij dat hij zich binnen het kabinet had ingespannen om ook de niet-bezwaarmakers te compenseren. Op dit kabinetsbesluit was de Tweede Kamer zeer kritisch. Maar ondanks de sterke wens vanuit een groot deel van de Kamer om de spaarders die geen bezwaar hadden gemaakt ook te compenseren, wilde niemand de benodigde financiële dekking vinden.
Een groot deel van de Kamer hoopte dat de Hoge Raad de compensatie zou afdwingen, waarna het politiek makkelijker zou zijn om de benodigde dekking te vinden. Dit heeft de Hoge Raad niet gedaan. Rechtsherstel is juridisch niet nodig voor de niet-bezwaarmakers omdat deze groep zich niet in dezelfde positie bevindt als degenen die wel bezwaar maakten, daarom is er geen sprake van discriminatie. Ook leidt het niet compenseren van deze groep niet tot een schending van het evenredigheidsbeginsel. Ten slotte is er ook geen sprake van een schending van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
Politiek ongemak
Ondanks dat de Hoge Raad heeft bevestigd dat het rechtmatig is om de niet-bezwaarmakers geen rechtsherstel te bieden, blijft het een politieke vraag of het rechtvaardig is om de 1,3 miljoen spaarders die een onrechtmatige belasting hebben betaald niet te compenseren. Daarbij spelen twee vragen. Allereerst of de Kamerleden bereid zijn om consequenties te verbinden aan eerdere uitspraken dat het niet compenseren van de niet-bezwaarmakers onrechtvaardig en onwenselijk zou zijn. Daarnaast de vraag wat de impact op de (uitvoeringscapaciteit van de) Belastingdienst zal zijn indien belastingplichtigen – om hun rechtspositie te beschermen – voortaan altijd bezwaar aantekenen.
De politieke focus ligt de komende weken op het toekomstige box 3-stelsel: de behandeling van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 in de Eerste Kamer. In aanloop naar het debat liet het Ministerie van Financiën weten dat het oplossen van het belangrijkste politieke knelpunt – de belasting van de papieren vermogensaanwas – meer dan 10 miljard zal kosten. Dat verkleint de kans dat er een vermogenswinstbelasting zal komen. De rode draad in het box 3-dossier is dat de politiek niet heeft durven kiezen, het zou opmerkelijk zijn als de Eerste Kamer dit ten aanzien van het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement wel zou doen.
Rubriek: Inkomstenbelasting
Informatiesoort: Parlementair