Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de beneficiaire aanvaarding uitsluitend ziet op de aansprakelijkheid voor schulden van de nalatenschap en niet op de heffing van erfbelasting. X maakt niet aannemelijk dat zij ook in de toekomst feitelijk niets meer zal krijgen.

Erflaatster, de moeder van X, overlijdt in 2022. Op basis van het testament krijgt haar echtgenoot, de vader van X, het vruchtgebruik en krijgt X de blote eigendom van de nalatenschap. X heeft haar erfdeel beneficiair aanvaard. Na bezwaar is de waarde van de inboedel verlaagd tot € 1000, is de aanslag verminderd tot € 2444 en krijgt X € 310 als bezwaarkosten. X stelt dat zij uitsluitend een WAO-uitkering heeft en dat haar vader, met wie zij ruzie heeft, de aanslag niet wil betalen, zodat de aanslag voor haar een individuele buitensporige last is.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de beneficiaire aanvaarding uitsluitend ziet op de aansprakelijkheid voor schulden van de nalatenschap en niet op de heffing van erfbelasting. X maakt niet aannemelijk dat zij ook in de toekomst feitelijk niets meer zal krijgen. De aanslag is dus niet te hoog of in strijd met het EVRM. De vader moet als vruchtgebruiker de aanslag van X betalen. Zijn weigering om dat te doen is louter een civielrechtelijke kwestie. X heeft een te lage bezwaarkostenvergoeding ontvangen. Die wordt alsnog verhoogd tot € 1665. Daarnaast krijgt zij wegens het overschrijden van de redelijke termijn een immateriële schadevergoeding van € 500 en een proceskostenvergoeding van € 934.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Successiewet 1956 artikel 78

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 3 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

24

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen